De centrale

Wonen in De Centrale, in gesprek met de bewoners

27 Aug 2026

Hoe ervaar je een ontwerp wanneer het niet langer een plan op papier is, maar de plek waar je iedere dag woont? Voor een blik op De Centrale vanuit het perspectief van de bewoners sprak makelaar Broersma met twee mensen die er inmiddels hun thuis hebben gevonden. Over de bijzondere ruimtelijke indeling, het licht, de oorspronkelijke architectuur en de ontwerpkeuzes die zich juist in het dagelijks gebruik bewijzen.

De Centrale bevindt zich in de voormalige 6e Telefooncentrale in Amsterdam-West. Het gebouw uit 1926 deed tot 2015 dienst als telefooncentrale en werd in 2009 aangewezen als gemeentelijk monument. Bij de transformatie tot wooncomplex bleef het karakter van het oorspronkelijke gebouw nadrukkelijk aanwezig. Historische elementen werden behouden en gecombineerd met nieuwe ingrepen die ruimte bieden aan hedendaags wooncomfort. Studio Piet Boon was verantwoordelijk voor het interieurontwerp van het complex en ontwikkelde daarnaast twee volledig ingerichte modelappartementen.

Voor de huidige bewoners was juist die combinatie van verleden en heden bepalend. Ze zochten de charme van een monumentaal gebouw, maar wilden niet inleveren op het comfort van een nieuwe woning. In De Centrale vonden ze beide.

Tijdens hun zoektocht bekeken ze verschillende projecten in Amsterdam-Zuid. Via Broersma maakten ze kennis met De Centrale. Al bij de eerste bezichtiging viel op hoe weinig de buitenzijde prijsgeeft van wat zich achter de gevel bevindt.

Trap
De centrale bewoners

“Je komt binnen, loopt door de hal en denkt ineens: wauw, wat zit hier voor moois achter?”

Een woning die zich niet in één oogopslag laat lezen

De indeling speelde een belangrijke rol in hun keuze voor deze specifieke woning. Over drie woonlagen strekt het huis zich uit over een dubbele breedte, met verschillende niveaus, trappen en onverwachte zichtlijnen. Geen conventionele stapeling van verdiepingen, maar ruimtes die op een bijna vanzelfsprekende manier in elkaar grijpen.

Juist dat maakt het dagelijks wonen interessant. “In het begin moesten we echt ontdekken hoe alles in elkaar zat. Soms vroegen we ons af: zitten we nu boven de buren, of boven de centrale gang?”

Het huis laat zich gaandeweg begrijpen. Doorkijkjes verbinden de verschillende woonlagen, terwijl de royale vide ervoor zorgt dat de oorspronkelijke hoogte van het gebouw overal voelbaar blijft.

“Als je beneden op de bank zit en omhoog kijkt, voel je echt hoeveel ruimte er is.”

Woonkamer

Het karakter van het gebouw als uitgangspunt

Bij de transformatie is de oorspronkelijke architectuur niet weggewerkt, maar bewust onderdeel gebleven van het nieuwe geheel. Originele deuren, delen van de betonnen constructie en de monumentale trap in het hoofdgebouw bleven behouden. Robuuste materialen en zichtbare betonnen elementen sluiten aan bij het industriële karakter van de voormalige telefooncentrale.

Volgens de bewoners zit de kracht juist in die vanzelfsprekende combinatie van oud en nieuw. “Het voelt alsof het bij honderd jaar geleden hoort, maar dan op een heel moderne manier.”

Ook de oorspronkelijke hoogte van het gebouw is ingezet als ruimtelijke kwaliteit. Een extra woonlaag voegt leefruimte toe, terwijl de royale vide het verticale karakter intact houdt. De lichtschacht brengt daglicht diep de woning in en verbindt de verdiepingen visueel met elkaar.

“Het is overal ontzettend licht. Ondanks de verschillende niveaus wordt het nooit een kruip-door-sluip-doorhuis.”

Trap ontwerp

Ingetogen als basis

Voor het interieur ontwikkelde Studio Piet Boon een lichte, neutrale basis waarin de oorspronkelijke architectuur leidend blijft. Het kleurenpalet sluit aan bij het industriële karakter van het gebouw en laat ruimte voor de schaal, materialen en historische elementen.

Tijdens de eerste bezichtiging was al een van de modelwoningen ingericht. Daardoor kregen de bewoners direct een beeld van de voorgestelde sfeer en materialisering.

Wat hen aansprak, was vooral de terughoudendheid van het ontwerp. Geen overdaad, maar een rustig palet, heldere lijnen en zorgvuldig gekozen details.

“Het is luxe, maar tegelijkertijd sober en ingetogen. Dat vonden we meteen heel sterk.”

Die benadering komt terug in de gehele woning, van de keuken en badkamers tot de trap en kleinere details. Veel behoefte om die basis later aan te passen, was er dan ook niet.

“We hebben eigenlijk alles behouden zoals het was.”

Vooral de keuken, de badkamers en de trap worden dagelijks gewaardeerd. De eigen meubels, kunst en instrumenten voegen daar een persoonlijke laag aan toe. Onder de trap ontstond bijvoorbeeld een muziekhoek met een piano en verschillende instrumenten. Een eigen invulling die zich vanzelfsprekend binnen de architectuur voegt.

Ruimte voor een eigen verzameling

Ook kunst heeft een duidelijke plek in het interieur. De bewoners verzamelden hun werken in de loop der jaren, zonder ze specifiek voor een bepaalde woning of wand te kiezen. In De Centrale kregen bestaande stukken door de hoogte en zichtlijnen opnieuw een andere context.

In de hoge ruimte rond de trap hangt een zwarte wandsculptuur van Michael Jacklin. Juist daar komt de schaal van het werk tot zijn recht.

“Als je vanaf de tweede verdieping naar beneden kijkt, zie je die enorme hoogte met het kunstwerk erin. Daar genieten we telkens weer van.”

De rustige basis van het interieur maakt ruimte voor dergelijke persoonlijke toevoegingen. Niet als losse decoratie, maar als onderdeel van de manier waarop de bewoners het huis gebruiken en eigen maken.

Keuken inrichting

Een andere manier van wonen

Niet alleen het interieur veranderde hun woonervaring. Ook de tuin speelt daarin een belangrijke rol. Na jaren in appartementen met een balkon te hebben gewoond, kunnen ze nu vanuit de leefruimte direct naar buiten.

“Nu voelt de tuin echt als een verlengstuk van de benedenverdieping.”

Er wordt gegeten, vrienden worden ontvangen en binnen en buiten lopen in het dagelijks gebruik in elkaar over. Iets wat vooraf misschien een praktische kwaliteit leek, bleek uiteindelijk van grote invloed op de manier waarop ze het huis gebruiken.

Ook de omgeving draagt daaraan bij. De bewoners waarderen het stedelijke karakter van de buurt, gecombineerd met de schaal van een woonwijk. Winkels, horeca en dagelijkse voorzieningen liggen dichtbij, terwijl De Centrale zelf een beschutte woonomgeving vormt.

Een huis dat blijft verrassen

Inmiddels kennen de bewoners iedere trap, vide en zichtlijn. Toch is het eerste gevoel bij binnenkomst niet helemaal verdwenen. Het daglicht verandert gedurende de dag, vanuit iedere woonlaag ontstaan andere perspectieven en de oorspronkelijke architectuur blijft zichtbaar aanwezig.

Daarin komt ook de opzet van de transformatie samen: het verleden van het gebouw is niet gereduceerd tot een historisch detail, maar vormt de basis voor een nieuwe manier van wonen.

Voor de bewoners zit de kwaliteit uiteindelijk juist in die gelaagdheid. In een huis dat ruimtelijk complex kan zijn, maar in het dagelijks gebruik vanzelfsprekend voelt. Waar nieuw comfort en bestaande architectuur elkaar niet overschaduwen, maar versterken.

“Het huis blijft een beetje verrassen. Dat vinden we misschien wel het leukste eraan.”